20 november 2015

Uitgelezen: De geheime oorlog

In het boek De geheime oorlog beschrijft Max Hastings de geschiedenis van de inlichtingendiensten in de Tweede Wereldoorlog. Inlichtingenvergaring is er in twee soorten: human intelligence (humint) en signals intelligence (sigint). Humint is de wereld van de spionnen, sigint die van de afluisteraars en cryptoanalisten. Vooral sigint is belangrijk bij het bestrijden van de vijand.

In zijn boek gaat Hastings dan ook uitgebreid in op de prestaties van het Britse Bletchley Park (GCHQ) en vergelijkbare organisaties. Vooral door het breken van de Duitse codes als Enigma, kwamen de geallieerden in het bezit van belangrijke informatie. Minder bekend is het breken door de Amerikanen van de Japanse code Paars. Die leidde ertoe dat de Japanse ambassadeur in Berlijn, baron Oshima, stelselmatig werd afgeluisterd en zo ongewild de belangrijkste spion van de geallieerden werd in Berlijn.

Wat humint betreft zetten de Sovjet-Russische NKVD en GRU hun bondgenoten in de schaduw. Bij de conferentie van Jalta was Stalin op de hoogte van de kaarten die Roosevelt en Churchill vasthielden. Het verzet komt er bekaaid af. Volgens Hastings was het verzet strikt genomen nutteloos en heeft het voor het verloop van de oorlog geen rol van betekenis gespeeld.

Max Hastings’ De geheime oorlog is een uitstekend geschreven boek met prikkelende analyses. Voor kenners van spionagegeschiedenis zal er feitelijk weinig nieuws instaan, maar voor wie zich niet of nauwelijks in het onderwerp heeft verdiept, geeft het een mooie introductie in de geheime geschiedenis van WOII.

Een uitgebreide recensie verscheen op Historiek.net