08 januari 2015

Uitgelezen: Eigen meester, niemands knecht

In Eigen meester, niemands knecht beschrijft Cees Fasseur het leven van Pieter Sjoerds Gerbrandy, de minister-president van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Oorlogspremiers zijn er niet veel in de Nederlandse geschiedenis. 

Het is wonderbaarlijk dat er tot op heden nog geen biografie was van de strenggelovige ARP-politicus, die premier was gedurende de meest roerige tijd van onze moderne geschiedenis.

Die positie verwierf de jurist uit Sneek als minister van Justitie na het ontslag van premier De Geer in september ‘40. In tegenstelling tot zijn voorganger was de kleine, maar groot besnorde Gerbrandy strijdlustig en gebeten op bevrijding van Nederland van de Duitsers: ‘Nederland zal herrijzen!’

Het boek begint met jeugd en aanloop naar Gerbrandy’s premierschap, maar het grootste deel van het boek beslaat uiteraard de Tweede Wereldoorlog. Het schetst een beeld van een geïsoleerde regering onder leiding van een eigengereide, sociaal bewogen Fries die zich als oorlogspremier goed staande wist te houden tegenover de autoritaire en wereldvreemde koningin Wilhelmina.

Die laatste wordt door de auteur niet gespaard. Fasseur wordt vaak te makkelijk weggezet als een lakei van het Koninklijk Huis, waarbij er aan voorbij wordt gegaan dat hij een goede, wel wat ouderwets schrijvende, degelijke historicus is. Eigen meester, niemands knecht is dan ook een degelijke biografie.



Deze recensie verscheen eerder in de rubriek Frontberichten van geschiedenismagazine Wereld in Oorlog.