07 augustus 2014

Nederland en augustus 1914

In de nacht van 3 op 4 augustus 1914 trok het Duitse leger België in om Frankrijk vanuit het zwak verdedigde noorden aan te vallen. De afgelopen dagen hadden al in het teken van diverse oorlogsverklaringen gestaan. Wat was de situatie in Nederland? 

Waar de Belgen door hun grondwet verplicht waren tot neutraliteit, was ‘onzijdigheid’ voor de Nederlandse politiek een zelfstandige keuze. Het was echter niet voldoende om je één keer neutraal te verklaren in een conflict als de Eerste Wereldoorlog. Voor iedere oorlogsverklaring tussen twee deelnemende landen moest Nederland zich afzonderlijk neutraal verklaren. De eerste neutraliteits- of onzijdigheidsproclamatie werd dan ook op 30 juli 1914 gepubliceerd naar aanleiding van de Oostenrijks-Hongaarse aanval op Servië. Daarop begonnen de Russen hun leger te mobiliseren en zag Duitsland zich gedwongen Rusland op 1 augustus de oorlog te verklaren. Op 2 augustus volgde daarom de tweede Nederlandse proclamatie.

Duitsland
Op 2 augustus eiste Duitsland van België vrije doorgang naar Frankrijk. De Belgen konden uiteraard niet op die onredelijke eis ingaan. Tegelijkertijd liet Duitsland aan Nederland weten dat het onze onzijdigheid wel erkende. Dat was een hele opluchting. In het oorspronkelijke Duitse aanvalsplan, het Schlieffenplan, was een doortocht door Nederlands Limburg opgenomen, maar de Duitse chef-staf Helmuth von Moltke had dat geschrapt. Daar had hij verschillende redenen voor.


Een neutraal of bevriend Nederland dekte de noordflank van het Duitse leger af, wanneer het België zou binnenvallen. Ook zou een Duitse aanval Engelse landingen op de Nederlandse kust kunnen uitlokken. En ook niet onbelangrijk: Duitsland zou in de vorm van Rotterdam een zeer belangrijke, neutrale toevoerhaven verliezen. Een neutraal Nederland werd daarom door Moltke gezien als een ‘luchtpijp’ waardoor import en export mogelijk bleef in geval van de onvermijdelijke Britse zeeblokkade.

Helmuth von Moltke
Na de Duitse verzekering werd een Belgisch verzoek aan Nederland om militaire samenwerking verworpen. Dat verzoek was opmerkelijk want eerder had de Belgische regering van premier graaf Albert de Broqueville op 29 juli een soortgelijk verzoek van Nederland geweigerd. Op 3 augustus volgde de Duitse oorlogsverklaring aan Frankrijk en de bezetting van Luxemburg, gevolgd door weer een neutraliteitsproclamatie. Een dag later trok het Duitse leger België binnen. Deze schending van de Belgische neutraliteit leidde tot de Britse oorlogsverklaring aan Duitsland.

Na iedere nieuwe oorlogsverklaring volgde een Nederlandse neutraliteitsproclamatie. In de maand augustus in totaal 9 keer. In de proclamatie stonden 18 artikelen waarin de voorwaarden van de Nederlandse neutraliteit werden uitgewerkt. De belangrijkste daarvan waren:
•    Binnen de Nederlandse territoriale gebieden en wateren worden geen vijandigheden toegelaten (dat gold dus ook voor onze koloniën in Azië en Zuid-Amerika).
•    Buitenlandse militairen die Nederlands gebied betreden worden voor de duur van de oorlog geïnterneerd.
•    Men mag Nederland niet als basis gebruiken voor vijandelijke operaties.

Mobilisatie
Ons land was ‘gewapend neutraal’ was betekende dat ons leger een afschrikwekkende werking moest hebben op oorlogszuchtige buurlanden. De Nederlandse verdediging beruste daarbij op twee hoofdpijlers: de Nieuwe Hollandse Waterlinie en bijhorende forten waarmee het economische en demografische hart van het land werd beschermd, en het Veldleger dat in de gebieden buiten de Waterlinie opereerde. 

Op 31 juli had de regering besloten over te gaan tot een algemene mobilisatie van het leger. Reservisten en dienstplichtigen werden opgeroepen zich bij hun onderdelen te voegen en tot 4 augustus reisde iedereen, vooral met de trein, van hot naar her. In een keurige tijd van drie dagen stond het Nederlandse leger paraat om de neutraliteit te bewaken. Dat dat nog ruim vier jaar zou moeten duren, voorzag niemand.

Dit stuk verscheen ook op Historiek.net