28 juni 2014

Plaats delict Sarajevo 1914

Afgelopen maand reisde ik door de Balkan en met name het voormalige Joegoslavië. Een bezoekje aan Sarajevo bracht me uiteraard op de hoek van de ulica Obala Kulina Bana en Zelenih Beretki, tegenover de Latinska ćuprija ofwel de Latijnse Brug.  
(Dit is een herplaatsing van een stukje uit 12/10/2012).

In de jaren voorafgaand aan 1914 kwam er in Servië een machtige beweging op die vond dat Bosnië-Herzegovina bij hun land moest worden gevoegd. Vanaf 1878 werd het bestuurd door de Habsburgse Dubbelmonarchie, na het vertrek van de Turken. Onderdeel van de beweging was een ondergrondse ultra-nationalistische terreurgroep met de tot de verbeelding sprekende bijnaam ‘de Zwarte Hand’. 

Annexatie
De officiële maar niet minder schrikwekkende naam van de organisatie was ‘Vereniging of Dood’ of Ujedinjenje ili Smrt in het Servisch. Toen Oostenrijk-Hongarije in maart 1909 Bosnië definitief annexeerde viel dat in die kringen niet goed.

De auto waarin Frans Ferdinand werd doodgeschoten (Legermuseum Wenen).


Op zondag 28 juni 1914 bracht de beoogde troonopvolger van het Habsburgse Rijk, aartshertog Frans Ferdinand, een bezoek aan de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Een hitteam van de Zwarte Hand stond op drie plekken langs de geplande route te wachten op de aartshertogelijke stoet. In de eerste auto zaten de burgermeester en de hoofdcommissaris van politie, gevolgd door een open automobiel van het Oostenrijkse merk Gräf & Stift met daarin het aartshertogelijke paar, militair-gouverneur generaal Oskar Potiorek en Franz Ferdinand’s adjudant graaf Franz von Harrach. 

Eerste aanslag
De eerste aanslag werd gepleegd door Nedeljko Čabrinović. Hij gooide een handbom naar de wagen met daarin de vorst, maar miste. De bom stuiterde tegen het wiel van de derde auto, ontplofte en verwondde kolonel Erich von Merizzi. Ook een paar omstanders raakten licht gewond. De dader rende weg en sprong de rivier de Miljacka in die de stad van oost naar west doorkruist. Toen de politie hem te pakken kreeg, probeerde hij zelfmoord te plegen met een gifpil, maar de pil was ver over de houdbaarheidsdatum en werkte niet meer.

In plaats van een veilig heenkomen te zoeken, besloot de aartshertog toch naar de officiële ontvangst op het stadhuis te gaan, waar hij een toespraak hield. Daarna wilde hij de gewonde kolonel gaan bezoeken in het ziekenhuis, maar de chauffeur van de eerste auto in de stoet had dat niet begrepen en reed via de geplande route naar het museum van de stad. De chauffeur van de aartshertog reed doodgemoedelijk achter hem aan tot generaal Potiorek hem toeschreeuwde om te keren. De chauffeur stopte om de wagen te draaien in de straat tegenover de Latijnse Brug (zie foto), precies bij de plek waar Gavrilo Princip tussen het publiek stond te wachten. 

De plaats delict anno 2012.
Tweede aanslag
Princip aarzelde niet en greep naar de bom in zijn jaszak, maar het publiek om hem heen stond te dicht tegen hem aan om te kunnen gooien. Daarop pakte hij zijn pistool, een FN Model 1910 van Belgische makelij, en vuurde van dichtbij twee keer op de inzittenden. Eén kogel trof Franz Ferdinand in zijn nek en beschadigde een ader, een tweede trof Sophie in de buik. Princip wilde vervolgens zijn wapen tegen zijn eigen hoofd zetten, maar een omstander besprong hem. In de daarop volgende worsteling slaagde hij erin zijn zelfmoordpil in te slikken, maar ook deze was te oud en maakte hem alleen maar kotsmisselijk. Het publiek sloeg woedend op hem in, terwijl Princip verwoed terugsloeg met zijn pistool, tot de politie de bebloede en brakende aanslagpleger te pakken kreeg en hem redde van een publieke lynchpartij. 

Ondertussen stoof de automobiel met het gewonde vorstenpaar weg.  De hertogin gleed van haar zitplaats, haar gezicht op de knieën van haar echtgenoot. Franz Ferdinand riep ‘Sophietje! Sophietje! Ga niet dood! Blijf leven voor onze kinderen!’ Toen graaf von Harrach aan hem vroeg hoe hij zichzelf voelde, antwoordde hij: ‘Het is niets.’ Sophie was vrijwel op slag dood, een kwartier later gevolgd door haar echtgenoot, de troonopvolger van de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie.  

Gebruikte pistolen en handbommen (Legermuseum Wenen).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, die met deze aanslag in gang werd gezet, vochten de Bosnische moslims (Bosniaken) en Kroaten aan Oostenrijks-Hongaarse zijde verwoed tegen de Serviërs. Na de oorlog werden de Servische, Kroatische, Sloveense landen samengevoegd tot een federaal Joegoslavië onder Servische dominantie en het Servische koningshuis, en later na de Tweede Wereldoorlog onder de communistische militair dictator Tito, tot het in 1992 uit elkaar viel in een bloedige burgeroorlog.


Bronnen:
Misha Glenny, De Balkan 1804-1999. Nationalisme, oorlog en de grote mogendheden (Utrecht, 2000).
David Fromkin, De Laatste Zomer. Waarom de wereld in 1914 ten oorlog trok (Amsterdam, 2004).
Graaf Franz von Harrach ooggetuigeverslag, internet: http://www.eyewitnesstohistory.com/duke.htm.