10 april 2012

Charlie Stock: spionage en jazz

Het Rotterdamse uitgaansleven werd in het begin van de 20ste eeuw vooral opgezet door Duitse en Oost-Europese immigranten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een deel van hen zich tijdens de Eerste Wereldoorlog inliet met spionage ten behoeve van Duitsland.

Of de Rotterdamse bioscoopmagnaat Abraham Tuschinski zich bezighield met spionage lijkt gezien zijn Poolse achtergrond twijfelachtig, maar de familie van zijn zakenpartner Simon Schanzer deed dat wel. De Schanzers kwamen van oorsprong uit Oostenrijk-Hongarije en bezaten een aantal cinema's en goedkope immigrantenhotels in de stad. 

Simons neefje, de journalist Salomon Schanzer, werkte voor de Duitse geheime dienst en hield zich bezig met spionage en contraspionage. Hij overtrad echter de regels van het gedoogbeleid dat de Nederlandse overheid hanteerde ten aanzien van buitenlandse geheim agenten, en werd daarom aangehouden en veroordeeld. En tegen zijn broer Leon, die directeur was van de Imperial Bioscope bestonden ook verdenkingen.

Jazz
De Rotterdamse horecabekendheid Charlie Stock gedroeg zich al niet veel beter. De van oorsprong Duitse Carl Stock had in de oorlogsjaren een kroeg aan de Kipstraat en onderhield nauwe banden met Duitse geheim agenten. Vermoedelijk heeft hij een rol gespeeld in het verraden van een van zijn eigen stamgasten, Willem Both, die voor de Engelse geheime dienst in Duitsland ging spioneren. Both werd in december 1914 in Duitsland veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

Tussen de Eerste en de volgende Wereldoorlog had Stock een artiestencafé aan de Kruiskade, waar nu het Hilton Hotel staat. Hij had een groot netwerk van artiesten in binnen- en buitenland. Uit de Verenigde Staten haalde hij big bands en jazz iconen van die tijd naar Rotterdam. Samen met horecaondernemers als Dirk Reese (Pschorr) en Charlie Fast beheerste Charlie Stock de muziekscene in het Rotterdam van voor de Tweede Wereldoorlog.

Naast de kroeg van Stock waren ook Café Swiss en vooral Müller's Restaurant Fürstenberg aan de Nieuwstraat in de jaren '14 - '18 geliefde verzamelplaatsen voor Duitse geheim agenten.

Circus Carré
Een derde tot de verbeelding sprekende figuur uit de Rotterdamse entertainmentscene was Adolf Carré, zoon van de van oorsprong Duitse circus- en theatermagnaat Oscar Carré van het Amsterdamse Koninklijk Theater Carré.

Adolf stuurde vanuit zijn woning aan de Zwaardecroonstraat circuspaardrijdsters op tournee door Engeland, waar de dames meteen even spioneerden voor de Duitse marine-inlichtingendienst N. De Britse geheime dienst MI5 vroeg zich af of Adolf Carré wel echt bestond en niet een alias was van een N-agent. Gezien de connecties met circuspaardrijdsters als Pauline Slager en M.A. Madigan lijkt me dat niet geval.

Het is frappant hoezeer de artiestenwereld en spionage met elkaar waren verweven. Meer over die connecties kun je lezen in...

De komende tijd licht ik met enige onregelmaat personen uit mijn boek Spionnennest 1914-1918 toe op deze webplek. Voor meer info over Spionnennest klik hier.