21 maart 2012

La Dame Blanche

De Dodendraad
Spionage is tegenwoordig vooral een kwestie van satellieten en software. In WO I werden inlichtingen vergaard door mensen die hun ogen en oren open hielden. Een van de meest succesvolle spionagenetwerken uit die oorlog was La Dame Blanche.

Militaire spionage draait meestal om de vraag waar de vijand zich bevindt en hoe sterk hij is. In de Eerste Wereldoorlog betekende dat observeren en tellen van vijandelijke troepenverplaatsingen. De beste plek om dat te doen, was langs transportroutes en dan vooral de spoorwegen.

Treinspotten
Grootschalig troepenvervoer per trein kon namelijk betekenen dat er een offensief op komst was. Voor de Britse geheime diensten was het dus zaak om een betrouwbaar netwerk van treinspotters achter de Duitse linies te hebben. De ideale uitvalsbasis voor Britse spionageactiviteiten was het neutrale Nederland. Vanachter de Nederlandse grens konden de Britten ongestoord achter de Duitse linies in België turen.

In Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg had men observatieposten waar men met verrekijkers troepenbewegingen trachtte gade te slaan. Maar veel bruikbare inlichtingen leverde dit niet op. Het echte werk werd gedaan door Belgische spionnen aan de andere kant van de grens.


De Frankignouldisaster
De Belgische verzetsnetwerken die in opdracht van de Britten spioneerden werden met regelmaat opgerold door de Duitse geheime politie. In 1916 werd een groot Brits spionagenetwerk opgerold. Het stond onder leiding van de uit Maastricht opererende Belg Arthur Frankignoul.

Deze had het netwerk geconcentreerd rond één koerier. Toen die werd ontdekt door de Duitse geheime politie, was het snel gedaan met het Frankignoulnetwerk. Het was de grootste tegenslag voor de Britse geheime dienst MI1(c) gedurende de oorlog en staat bekend als de 'Frankignoul disaster'.

De Afrikaner
Het Britse inlichtingenwerk lag behoorlijk op z’n gat, toen in 1916 een jonge Afrikaner arriveerde op het geheime Britse hoofdkwartier ten kantore van de Uranium Steamship Company aan de Boompjes in Rotterdam.

Henry Landau
Kapitein Henry Landau was een Zuid-Afrikaanse oorlogsvrijwilliger. Hij was door C, het hoofd van MI1(c), naar Rotterdam gestuurd, omdat hij een van de schaarse Britse militairen was die Nederlands sprak. Zijn opdracht was om een nieuw netwerk van Belgische en Franse treinspotters op te zetten.

Landau’s eerste stap was contact te zoeken met Belgische vluchtelingen in Nederland. Vooral voormalige medewerkers van de Belgische spoorwegen waren interessant. Via hen legde hij contact met spoorwegmedewerkers in België zelf. Zij noteerden wanneer de Duitse treinen voorbij kwamen en wat hun vracht was en hoeveel troepen zij vervoerden en waar naartoe. Die informatie werd vervolgens over de Belgisch-Nederlandse grens gesmokkeld.

De Dodendraad
Dat laatste was een hachelijke bezigheid. De Duitsers hadden de grens over de gehele lengte afgesloten met een groot hekwerk dat onder dodelijke hoogspanning stond. Daarbovenop waren er nog de Duitse Landsturmers die langs het hek patrouilleerden. Toch lukte het zo nu dan mensen om door het hek heen te komen.

In de Kempen waren beroepssmokkelaars die van die nood een deugd maakten. De meest succesvolle en betrouwbaarste van deze zogeheten passeurs was de Vlaming Charles Willekens, die gedurende drie jaar iedere maand een passage wist te maken door het voor anderen vaak dodelijke hek. Hij opereerde vanuit Eindhoven en bracht informatie, geld en personen snel en efficiënt door het hek heen.

Knooppunt Luik
In 1917 kwam Landau in contact met een vertegenwoordiger van een Belgische verzetsgroep. Deze groep had vanuit Luik een spionagenetwerk opgezet dat eerder inlichtingen leverde aan een andere Britse inlichtingendienst. Deze dienst  - CF geheten - had veel te lijden van Duitse infiltranten.

Duitse legertreinen (klik voor groot)
De Luikse groep stapte daarom over naar MI1(c) en kwam onder leiding van Landau tot grote bloei. De naam van hun netwerk werd La Dame Blanche, naar een legende over de Witte Dame die de val van het Duitse keizerlijke huis Hohenzollern zou aankondigen.

Luik was een strategisch plek. Veel Duits treinverkeer naar het Westelijk Front moest dit knooppunt van internationale spoorlijnen passeren. Maar La Dame Blanche had ook observators in Noord-Frankrijk. Hierdoor was men in staat vrijwel al het Duitse treinverkeer langs het Westelijke Front gade te slaan en daarover rapport uit te brengen aan Landau en de Britten.

Met 90 observatieposten en circa 900 leden tegen het einde van de oorlog was La Dame Blanche het meest succesvolle spionagenetwerk van het Westelijk Front en had het een belangrijke bijdrage geleverd aan de overwinning van de Geallieerden.
~

In Spionnennest 1914-1918. Spionage vanuit Nederland in België, Duitsland en Engeland ga ik in op de activiteiten van Britse en Duitse geheime diensten vanuit Nederland.