25 december 2009

De Toeriste en de Toeareg

Er zijn maar weinig oorden op deze planeet waar de hedendaagse toerist niet kan komen. Zelfs Antarctica en de top van Mount Everest zijn bereikbaar voor de toerist die het zich kan veroorloven. De Sahara is ook goed te doen. Even boeken bij een reisorganisatie en hop, voor ik het wist zat ik in het zuiden van Libië. In de 19e eeuw had een dergelijke reis meer voeten in de aarde.

De grootste toerist van de 19e eeuw was de Haagsche dame Alexandrine Tinne (1835-1869). Zij was dankzij haar overleden vader op jonge leeftijd een van de rijkste vrouwen van Nederland. Een verveelde, eigenwijze jongedame reisde zij samen met haar moeder Henriëtte Tinne – Van Capellen naar alle toeristische hotspots van die tijd in Europa. Maar ze wilde meer. Opererend op het snijvlak tussen toerisme en ontdekkingsreizen trok ze samen met haar moeder, bedienden en haar favoriete meubilair, serviezen en boeken via de Nijl Soedan in.

De Soedan
In Soedan ontmoette mejuffrouw Tinne in 1863 de destijds beroemde Duitse ontdekkingsreiziger en ornitholoog Theodor von Heuglin. Deze sloot zich aan bij haar expeditie, die via de rivier Bahr al-Ghazal in het zuidwesten van Soedan in voor Europeanen nog onbekend gebied moest doordringen. Maar door Tinne’s enorme bagagetrein, waaronder haar ijzeren ledikant, maakte de expeditie weinig vorderingen. Ze kwam vast te zitten in het regenseizoen. Haar moeder stierf er aan de koorts, evenals haar dienstmeid Flora.

Tinne ontwikkelde zich tot een 19e eeuwse mediafiguur over wier reizen uitgebreid in buitenlandse kranten werd bericht. Voor het Haagsche establishment, waaronder haar familie, bleef zij echter een onderwerp van schaamte. Zij gedroeg zich allesbehalve zoals van een dame in die tijd mocht worden verwacht. Ze was niet gehuwd en liet zich, net als sommige hedendaagse toeristes, op intieme wijze in met lokale gidsen.

De Fezzan
In 1869 ondernam Tinne haar laatste reis. Deze reis zou ook haar eerste echte ontdekkingsreis moeten worden. Geen doelloos gezwerf door verre oorden om de verveling te verdrijven, maar een doelgericht invullen van een witte plek op de Europese kaarten.Vanuit het door de Osmanen bestuurde Tripoli in Libië trok zij met haar karavaan naar het zuiden, de Fezzan in.  De Duitse ontdekkingsreiziger dokter Gustav Nachtigal vergezelde haar een tijdje. Deze keer reisde zij lichter, maar nog steeds met meubilair en zakken vol geld. In de plaats Murzuq maakte zij enige tijd pas op de plaats en had niet ver vandaar een ontmoeting met de Toearegkrijgsheer asgar Ichnoechen.

Wadi Barjuj, 2009
Op 21 juli 1869 vertrok Tinne uit Murzuq opweg naar de plaats Ghat, waar zij de asgar opnieuw zou ontmoeten. Hierbij werd zij vergezeld door een lokale gids met de naam sjeik Ahmed. Na een tocht van drie dagen door een woest en droog landschap, kwamen zij aan in de kleine oase Wadi Sjergui, waar zij een week kampeerde. Daarna trok zij verder door de bedding van een drooggevallen rivier, vermoedelijk Wadi Barjuj.

Eindbestemming
Op 2 augustus werd Tinne's kampement bezocht door een van Ichnoechen’s ondercommandanten, de Toeareg Boe Bekker. Deze kreeg ruzie met sjeik Ahmed. De ruzie liep gauw uit de hand en het kwam tot geweld. De in Tinne's gezelschap verkerende Nederlandse matrozen Jacobse en Oostmans, ooit aangenomen voor haar zeiljacht, stierven het eerst. Daarna was het de beurt aan Alexandrine Tinne zelf. Een zwaardhouw en een schot maakten een eind aan haar reislustige bestaan. De precieze omstandigheden van haar dood zijn onduidelijk gebleven. Haar lichaam of graf is nooit gevonden. De dader(s) zijn nooit gepakt.

Vandaag is de Fezzan een rustiger gebied. De Toeareg vormen in Libië geen bedreiging meer voor toeristen anders dan als souvenirverkopers. De Libische dictator kolonel Muammar al Ghadaffi werpt zich op als hun beschermheer en nodigt ook Toeareg uit andere Saharalanden uit zich in Libië te vestigen.